Goed begrijpend kunnen lezen hangt samen met een aantal factoren:
-Technisch lezen
-Woordenschat
-Kennis van de wereld

Technisch lezen 

Ten eerste is er natuurlijk het technisch lezen. Wie niet goed en vlot technisch kan lezen, mist de basis voor het begrijpend lezen. In groep 1 en 2 wordt de basis gelegd voor het leren lezen in groep 3. Er wordt gewerkt aan het fonemisch bewustzijn van de kinderen, en ook al aan hun kennis van de letters. Leerkrachten brengen kinderen bijvoorbeeld in aanraking met rijmen, begin- en eindklanken van woorden benoemen en letters stempelen. Ook de rijke leeromgeving is belangrijk: het is goed als er volop letters en woorden aanwezig zijn, in een betekenisvolle context.  

Bij technisch lezen draait het eigenlijk om vlot decoderen: de vereiste om goed te kunnen lezen. Wanneer de technische leesvaardigheid onvoldoende is, kost het decoderen veel van het werkgeheugen, waardoor er te weinig capaciteit overblijft voor hogere verwerkingsprocessen, zoals het interpreteren van zinnen en het leggen van verbanden. Vooral aan het begin van de leesontwikkeling bepaalt technische leesvaardigheid in hoge mate de resultaten op begrijpend lezen. Naarmate de ontwikkeling vordert, nemen kennis van de wereld en woordenschat die sterk bepalende invloed steeds meer over.  

Woordenschat 

Een grote woordenschat is een heel belangrijke voorspeller voor het begrijpend leren lezen. Er zijn bij aanvang van het onderwijs grote verschillen in de woordenschat die kinderen meebrengen. Recent onderzoek laat zien dat al op de leeftijd van 18 maanden een verschil merkbaar is tussen kinderen. 

In groep 1 en 2 leren kinderen veel woorden. Een goede manier om de woordenschat te vergroten is het voorlezen.  

De grote invloed van woordenschat op begrijpend lezen is inmiddels in vele onderzoeken aangetoond. Daarbij werd duidelijk dat er ook een omgekeerde relatie is: de woordenschat kan zich ontwikkelen door het lezen van tekst. Vanaf groep 4/5/6 in het basisonderwijs doen zich grote verschillen voor in de woordenschatontwikkeling van de kinderen. Vanwege de wisselwerking tussen leesvaardigheid en woordenschat ontstaat voor de goede lezers een spiraal naar boven en voor de minder goede lezers een spiraal naar beneden (dit wordt ook wel het ‘Mattheüseffect’ genoemd). 

Kennis van de wereld 

Wie veel kennis van de wereld heeft, begrijpt teksten beter. Er is dan veel voorkennis aanwezig, waardoor het kind de nieuwe tekst kan linken aan iets dat hij al weet.  

Er zijn grote verschillen tussen kinderen als het gaat om hun kennis van de wereld. Kinderen die vaak worden voorgelezen, met wie veelvuldig gesprekjes gevoerd worden en die allerhande interessante ervaringen opdoen (door bijvoorbeeld met hun ouders naar de dierentuin te gaan, naar het bos, musea, et cetera) hebben een voorsprong op kinderen die deze ervaringen missen. Dat betekent voor leerkrachten een uitdagende taak. 

vulkanen, dinosauriërs, de dokter of de brandweer… kinderen doen aan de hand van deze boeken veel kennis van de wereld op. 

 

 

Literatuur:
CEDgroep (z.d.). Voorwaarden. Geraadpleegd op 18 januari 2018, van http://www.kenniscentrumbegrijpendlezen.nl/jonge-kind/voorwaarden.aspx  

Voorwaarden luisteren en lezen met begrip
 

Je zou ook interesse kunnen hebben in

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *