Downloaden (DOCX, Onbekend)

Strategie: Verbinden.

Uitleg werkvorm

De kinderen gaan individueel een tekst lezen. Voor aanvang van het lezen geeft de leerkracht de opdracht dat de kinderen tijdens het lezen verwijswoorden moeten markeren. De leerkracht doet met een stukje tekst voor hoe hij dit zelf doet. Dit wordt ook wel modelen genoemd. Daarna laat hij zien hoe hij de verwijswoordenkaart invult. Dat werkt als volgt:
Je onderstreept het verwijswoord en het woord of de woorden waar naar het verwijst. Daarna maak je de ‘som’.

Voorbeeld: De jongen voetbalt graag, hij is altijd blij als hij scoort.
Wat is het verwijswoord? Hij.
Het verwijst naar: De jongen
Som: Hij = de jongen

Als de kinderen individueel de tekst hebben gelezen, gaan ze in tweetallen bespreken welke verwijswoorden ze onderstreept hebben. Die vullen ze samen in op een verwijswoordenkaart.

 

 

 

 

 

Verwijswoordenkaart
 

Je zou ook interesse kunnen hebben in

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *